Één Belg op vijf vindt dat iedereen die tot een etnische minderheidsgroep behoort en hun kinderen, zelfs indien die in België zijn geboren, zouden moeten gerepatrieerd worden.

Zo staat het zwart op wit in een uitgebreide studie over de tolerantie van Belgen ten opzichte van etnische minderheden. Wat zeg je dan? Je leest verder, maar daar word je ook niet meteen vrolijker van.
Het is zeer moeilijk om uit de studie duidelijke conclusies te trekken. Het volledige rapport is een zestigtal bladzijden dik, met analyses van een zestigtal vragen. De antwoorden lopen uiteen en zijn soms moeilijk met elkaar in overeenstemming te brengen.
Zo vindt een groot deel van de 1392 ondervraagden (een representatieve mix van mannen en vrouwen, autochtonen en allochtonen) dat leden van etnische minderheden gelijk behandeld worden (1 op 3) of zelfs bevoordeeld worden (iets meer dan 1 op 3), dat racistische reacties in bepaalde omstandigheden goed te praten zijn (6 op 10), dat leden van etnische minderheidsgroepen in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor criminaliteit, enzovoort. Tegelijkertijd zou een nog veel groter deel van de ondervraagden er geen moeite mee hebben een allochtone collega (79%) of vriend te hebben (69%), vinden zeven op tien Belgen discriminatie bij sollicitaties (zeer) erg, vindt 4 op 5 dat discrimineren aan de deur van uitgaansgelegenheden niet kan, vindt ongeveer de helft van de Belgen een gemengde buurt de ideale buurt en vinden 55% dat de aanwezigheid van verschillende culturen een verrijking is voor de samenleving.
Doordat de ondervraagden warm en koud blazen en de resultaten dus tegenstrijdig lijken, is het moeilijk om er lessen uit te trekken. Toch krijgen we door de gedetailleerde resultaten een algemene indruk van het klimaat in België. En ook al kunnen we geen rechtlijnige conclusies trekken, toch kunnen we interessante vragen stellen, ook voor onze eigen werking.
Zelfs als er maar één vijfde van de Belgen radicaal tegen elke vorm van diversiteit is, en zelfs als het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding dat de studie bestelde hoopvol is over “die groep van 75 procent die aanvaardt dat er minderheden zijn maar daar voorwaarden aan verbinden,” is de multiculturele samenleving nog lang geen feit. Niet in de hoofden, en nog minder in de praktijk.
Dat is wellicht het meest opvallende uit het onderzoek: in het algemeen is er zeer weinig contact tussen de gemeenschappen. Ongeveer 6 Belgen op 10 hebben zo goed als nooit contacten met mensen van etnische minderheden. Als er wel contact is, is dat meestal positief: slechts 37% van de ondervraagden had al een negatieve ervaring met een lid van een minderheidsgroep, 46% procent had al een positieve ontmoeting, en dat blijkt de geesten te beïnvloeden. Net in de groep die nooit contact heeft met minderheden, blijkt de tegenstand tegen de multicurele samenleving het grootst. En naarmate ze meer contact hebben met leden van etnische minderheden worden mensen grotere voorstanders van diversiteit. De interculturele dialoog werpt vruchten af, maar het plantje moet duidelijk nog gevoed worden.